Speech Lilianne Ploumen

Congres 12 december

 

-gesproken woord geldt-

 

 

Lieve partijgenoten,

 

Ik dank u. Het is mij een eer en een genoegen om de aankomende vier jaar wederom uw voorzitter te zijn.

 

De afgelopen jaren waren niet makkelijk. Niet voor u, niet voor de Partij van de Arbeid en dus ook niet voor mij.

 

Bij mijn aantreden –nu twee jaar terug- trof ik een partij in slechte conditie. Vreeman had in een haarscherp rapport achterstallig onderhoud geconstateerd, zowel inhoudelijk als organisatorisch.

 

Partijgenoten, daar is de afgelopen twee jaar ongelofelijk hard aan gewerkt. En ondanks dat ons nog heel veel te doen staat, kijk ik toch met enige trots terug op de geboekte resultaten.

 

Veel van die resultaten boekten we in de luwte van het politieke debat. Zoals het stemrecht voor leden op het Congres, de verbeterde samenwerking met afdelingen en gewesten en de partijkas die weer gevuld is. Andere domineerden soms wekenlang het nieuws –zoals het heftige maar waardevolle debat over integratie, de bemoeienis van mijn partijbestuur met de verkoop van de Essent-aandelen en de recent vastgestelde Erecode voor volksvertegenwoordigers en bestuurders.

 

Maar één ding hebben al die resultaten gemeen. Ze waren niet geboekt zonder de tomeloze inzet van mijn Partijbestuur. Kundig en collegiaal. Een bijzonder prettige combinatie. Marja, Marije en Bouke, wij gaan nog een paar jaartjes door. Maar we nemen ook afscheid van Keklik, Anja, Guido, Nora en Piet. Ik zal jullie missen en ik dank jullie voor al jullie goede werk.

 

 

Partijgenoten,

 

Één naam heb ik nog niet genoemd. Ze is er helaas vandaag niet, maar ik wil haar toch even apart noemen. Lieve Siepie, jij verdient een applaus voor jou alleen. Je hebt onze partij gediend als staatssecretaris, als Tweede Kamerlid, als burgemeester en als rots in de branding van het Partijbestuur. Je inzet was fenomenaal. Ondanks de verre reis vanuit je huis in Friesland was je overal waar de partij je nodig had. Als de NS spoor-miles zou verstrekken kon je daarvan de wereld drie keer rondvliegen. Siepie, je bent een kei en ik dank je uit de grond van mijn hart.

 

Partijgenoten,

 

Als partijvoorzitter begin ik – en dat zal u niet verbazen- niet zonder zorgen aan mijn tweede termijn.

De staat van de Nederlandse samenleving in deze roerige tijden resulteert in een ongekende druk op gemeenschapszin, lotsverbondenheid en solidariteit. Elitaire partijen en partijen die bevolkingsgroepen tegen elkaar uitspelen doen goede zaken. Brede volkspartijen als de onze verkeren overal in Europa in zwaar weer.

 

En dat uitgerekend in een tijd dat juíst die brede volkspartijen zo broodnodig zijn om ‘de boel bij elkaar te houden’ zoals Joop den Uyl ooit de opdracht van de sociaaldemocratie verwoordde.

 

Partijgenoten,

 

Daar ga ik het vandaag met u over hebben. Over de staat van de Nederlandse samenleving en over de noodzaak van politiek die mensen bindt in plaats van splijt, de noodzaak van politiek van een brede volkspartij.

 

Allereerst over de staat van de Nederlandse samenleving,

 

Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht…..

Zo typeert het Sociaal Cutureel Planbureau het Nederland van vandaag de dag. In één zin verwoordt dat treffend wat velen van ons – ik niet uitgezonderd- dagelijks ervaren.

 

Ja, met mij gaat het best wel goed. Ik ben al drieëntwintig jaar gelukkig met dezelfde man, en ondanks dat ik mijn twee pubers soms wel achter het behang kan plakken, mis ik ze vreselijk als ze een week op zeilkamp zijn. Ik heb een prachtige baan, zelfs als ik jullie in het gips mag toespreken. Ik en hen die ik lief heb zijn gezond, ik ga twee keer per jaar op vakantie en ik heb zelfs af en toe tijd om met vriendinnen naar het café te gaan. Kortom, ik ben een tevreden mens.

 

Tevreden ja, maar niet zonder zorgen. Want er is ook groot onbehagen. De heftigheid waarmee veranderingen inbeuken op de spanten van de Nederlandse samenleving en de spanningen waarmee dat soms gepaard gaat, leiden tot hoofdbrekens en verhitte debatten.

 

Met mij gaat het goed. Maar met ons….? Zonder misplaatste nostalgie te willen preken: we zijn van het land van de voortuin het land van de achtertuin geworden. In het Maastricht van mijn jeugd was de straat, de buurt een plek waar je samenkwam. Thuis was niet de beslotenheid van het eigen gezin aan de eigen keukentafel – thuis was ook bij de buren.

De vriendjes en de vriendinnetjes, de buren, de oude weduwe op de hoek met haar oude hond die wij als kinderen uitlieten omdat zij dat niet meer kon. De buren waarmee je een verleden en een toekomst deelde….

 

Hoe anders is dat in mijn Slotervaart van vandaag…

 

De straat is geen plek meer waar je samenkomt. De mensen op de hoek hebben geen hond meer maar wél schrikdraad op de schutting - uit angst voor inbrekers. En veel ouderen voelen zich niet op hun gemak als ze naar de supermarkt gaan, langs hangjongeren die opgroeien in kansarmoede en die op hun beurt voelen dat ze geen schijn van kans maken op de arbeidsmarkt - kinderen van ouders die zich niet meer welkom voelen in dat eens zo tolerante en hartelijke Nederland.

 

We dreigen kortom vreemden voor elkaar te worden. Het land van de voortuin is het land van de achtertuin geworden.

 

Partijgenoten,

 

Onze huisfilosoof Rene Cuperus heeft in zijn boek ‘De wereldburger bestaat niet’ een spijkerharde analyse opgetekend van de herkomst van die gevoelens van vervreemding en onbehagen.

In een wereld vol heftige veranderingen -door globalisering en massamigratie- ontstaat onbehagen als politiek en samenleving er niet in slagen deze veranderingen geleidelijk te laten landen.

 

Het bekende wordt dan steeds onbekender…

 

Voor u, voor mij, voor ons allemaal. Want zelfs de meest overtuigde kosmopoliet kan niets anders dan beschaamd bekennen dat de eigen straat maar al te vaak terra incognita is geworden. De ‘Starbucks-mokken’ uit Tokio, Londen en New York puilen uit de keukenkastjes. Maar de vraag, wie is mijn buur? En deelt mijn buur nog langer in dezelfde zorgen en droomt hij nog altijd dezelfde dromen…..? Die vraag kunnen we vaak niet meer beantwoorden…..

 

Partijgenoten,

 

Eens te meer blijkt dat van een échte samenleving geen sprake is als we elkaar niet meer kennen. Eens te meer blijkt dat een echte samenleving veel meer is dan een simpele optelsom van individuen. En eens te meer blijkt dat individueel tevreden mensen niet automatisch een collectief behaaglijke en vertrouwde samenleving maken.

 

Want een samenleving is meer dan een dak boven je hoofd, een auto voor de deur en een volgende vakantie in het verschiet. Een samenleving is meer dan samen juichen voor het Nederlands elftal. Een samenleving is meer dan samen rouwen op de dam op de 4e mei. En een samenleving is zélfs meer dan een fatsoenlijk bestaan voor iedereen…..

 

 

 

 

 

Partijgenoten,

 

Een samenleving bestaat bij de gratie van lotsverbondenheid en solidariteit. De wetenschap dat als ík uitval, ú mij bij staat en andersom. De wetenschap dat we ieder voor zich simpelweg niet bij machte zijn om onze kinderen het onderwijs te geven dat ze verdienen noch om onze ouders de oude dag te bezorgen die ze toekomt.

 

Een samenleving bestaat bij de wetenschap dat úw recht om te zeggen wat u wilt niet onderdoet voor mijn recht om te zeggen wat ík wil. Een samenleving bestaat bij de wetenschap dat we er allemaal beter van worden als we naar elkaar omkijken en iets voor elkaar over hebben.

En als we allemaal beseffen dat we alleen samen sterker staan als al die rechten óók de plicht inhouden om mee te doen, de taal te spreken en fatsoenlijk met elkaar om te gaan.

 

Die wetenschap, partijgenoten, die wetenschap brengt mij op mijn tweede punt. De noodzaak van een brede volkspartij.

 

Een volkspartij verenigt mensen. De bouwvakker en de bestuursvoorzitter. De islamitische slager en de christelijke bakker. De oude dame in een villa en de jonge moeder uit de portiekflat. De buschauffeur en de hangjongere.

 

Mensen met verschillende levensverhalen komen samen in een volkspartij. Zijverenigen zich op gedeelde idealen en niet op gedeelde belangen, en dat is een cruciaal verschil.

 

Partijgenoten,

 

De bestuursvoorzitter kiest voor een volkspartij omdat zij solidair is met de bouwvakker wiens baan verdampte in de crisis. De oude dame in de villa kiest voor een volkspartij omdat ze zich verbonden voelt met de werkloze jonge moeder van de portiekflat. En de buschauffeur omdat hij in die hangjongere zonder diploma de kansarmoede herkent die zijn eigen jeugd ook ooit bepaalde.

 

Wat die mensen, ú, met elkaar delen is dat ze niet alleen kiezen voor hun eigen toekomst maar ook voor die van de ander. Uit lotsverbondenheid. En omdat ze donders goed beseffen dat solidariteit met elkaar uiteindelijk de economie sterker, de mensen vrijer en de samenleving prettiger maakt.

 

 

Partijgenoten,

 

Voor mij was dát ooit de reden dat ik de overstap maakte van GroenLinks naar de Partij van de Arbeid. Ik besefte dat je politiek niet vóór sommige mensen maar mét alle mensen maakt. Ik besefte dat we er alleen in zouden slagen dat jochie uit het Utrechtse Ondiep net zoveel kansen te bieden als dat meisje aan de chique Oude Gracht als hun ouders beseffen dat die twee een stad, een toekomst en misschien zelfs ooit wel eens de lakens zullen delen.

 

En ik -met mijn achtergrond in de ontwikkelingssamenwerking- ik die altijd geloofd heb in de organiserende kracht van mensen- besefte dat al die idealen voor een betere wereld, voor een vrijere stad en een prettigere buurt, alleen maar loze woorden zijn als we er niet in slagen om mensen de handen in elkaar te laten slaan – om vanuit een verdeeld verleden een gedeelde toekomst na te streven. Omdat onze kinderen een toekomst zullen delen.

 

Partijgenoten,

 

Onze opdracht om koste wat kost –tegen de stroom van de tijd in- de boel bij elkaar te houden kunnen alleen wij vervullen. Omdat wij de partij zijn die letterlijk de boel bij elkaar houdt.

 

Onze raadsleden, onze wethouders, onze burgemeesters, Kamerleden en bewindspersonen zijn een afspiegeling van de Nederlandse samenleving. Van alle ambities, idealen maar ook van de hoofdbrekens, de spanningen en ergernissen die ons Nederland rijk is.

 

 

Partijgenoten,

 

Wie een land wil verenigen moet haar in zichzelf verenigen. Wij doen dat. Niet alleen in mooie woorden maar ook in échte daden.

 

De Partij van de Arbeid is er zowel voor de mensen van Oud Zuid als voor de mensen van de Haagse schilderswijk. Want het is onze Eberhard die zich in het zweet werkt om van de Schilderswijk een wijk te maken om trots op te zijn, een wijk waar mensen weer in de voortuin zitten, elkaar weer aanspreken, een wijk waar iedereen de taal spreekt, een baan heeft.

 

Partijgenoten,

 

Hoe anders is dat bij D66. Terwijl onze Eberhard zich uit de naad werkt, hebben zij een heel andere boodschap voor de mensen van de Haagse Schilderswijk….

 

Arie Elshout, adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant schreef er vorige week een column over.

Hij noemt D66 een populair toevluchtsoord voor welbespraakte, welgesitueerde en weldenkende wegkijkers. Ik citeer: De hypocrieten maken mooie sier met hun kosmopolitisme, maar ondertussen wentelen al die godverdomse keurige types, met dat voze vertoon van morele superioriteit, de godverdomse rekening van de mondialisering af op de laagste sociale klassen. Elshout spreekt uit blij te zijn dat de Partij van de Arbeid –de partij van zijn jeugd, en naar ik hoop ook van zijn toekomst- de fase van de ontkenning voorbij is. En ook al blundert, worstelt, zwalkt zij, zo stelt Elshout, Bos en Van der Laan zien het probleem.

 

Partijgenoten,

 

Laat ons zwoegen, worstelen en daarbij soms blunderen voor de inwoners van de Haagse Schilderswijk. Maar een volkspartij ontkent niet, kijkt niet weg en werkt aan die veiligere buurt en dat prettigere Nederland.

 

Ik heb Alexander Pechtold maar één keer één oplossing horen aandragen voor het integratievraagstuk. Want laten we eerlijk zijn, dat is wat er speelt in diezelfde Schilderswijk. Buiten de riedel ‘dat de overheid zich er niet al teveel mee moet bemoeien en dat het vanzelf wel goed komt’ was de oplossing, jawel, versoepeling van het ontslagrecht.

 

 

·        Baan kwijtgeraakt door de crisis op je 55e? D66 weet een oplossing, we versoepelen het ontslagrecht!

·        Van school zonder diploma vanwege je taalachterstand? D66 weet een oplossing, we versoepelen het ontslagrecht!

·        Spreekt je buurman geen Nederlands? D66 weet een oplossing, we versoepelen het ontslagrecht!

·        Voel je je onbehaaglijk in de buurt waar je ouders geboren zijn? Weet u wat, dan versoepelen we toch gewoon het ontslagrecht!

 

Alexander, van jouw integratiebeleid hoef ik geen karikatuur te maken. Dat heb je zelf al gedaan.

 

 

Partijgenoten,

 

Alleen een partij die tussen de mensen staat is een partij die niemand aan de kant laat staan. En dan bedoel ik een partij die tussen álle mensen staat. Dus ook niet zo’n partij als de PVV die stelselmatig mensen uitsluit.

 

De PVV denkt een samenleving te kunnen bouwen op verscheurde grondvesten. Op twee soorten burgers. Zij die mogen zeggen wat ze willen en zij die dat niet mogen. Zij die hun religie mogen uitdragen en zij die dat niet mogen. Zij die een zwarte rok tot aan de enkels mogen dragen en zij die belasting moeten betalen om een hoofddoek te mogen dragen.

 

 

 

 

 

 

Partijgenoten,

 

Ons verhaal is een heel ander verhaal dan het verhaal van de kosmopolieten in de ontkenningsfase. En al helemaal een ander verhaal dan het verhaal van de man die Nederland in tweeën wil scheuren.

 

Ons verhaal is het verhaal dat in ons Nederland iedereen meetelt. Ons verhaal is het verhaal dat we elkaar nodig hebben. Het verhaal dat we beseffen dat onze kinderen een toekomst, een stad, een straat zullen delen en dat om die doodsimpele reden onze toekomst een gedeelde toekomst zal zijn.

Ons verhaal is het verhaal dat onze economie sterker wordt, onze buurt prettiger is en de mensen vrijer zijn als we de handen ineen slaan. De bouwvakker en de bestuursvoorzitter. De islamitische slager en de christelijke bakker. De buschauffeur en de hangjongere….

 

Partijgenoten,

 

Voor dát Nederland kleuren wij de aankomende maanden de straten rood. Voor het Nederland waar iedereen mee telt. Dat is niet alleen een constatering. Dat is vooral een opdracht.

 

Een opdracht die wij als geen andere partij aankunnen: want wij zijn de partij van de aanpak. De Partij van de Aanpak omdat Wouter Bos er was toen het spaargeld van velen dreigde te verdampen. En omdat Jetta Klijnsma er is nu duizenden banen behouden moeten blijven.

 

Wij zijn de partij die voorkomt dat er mos groeit op de kades van de Rotterdamse haven. En wij zijn de partij de partij die zal voorkomen dat het Almere van Alphons Muurlink in tweeën splijt.

 

We hebben nú de kans om het tij te keren. Om Nederland te laten zien dat alleen een pad dat we samen bewandelen leidt tot een land dat wij allen willen. Het kán en het zal ons niet gebeuren dat over vier jaar in de huiskamers, de scholen en de kroegen van Terneuzen, Utrecht en Delfzijl mensen tegen elkaar zeggen dat ze hun dorp, hun stad, hun land terugwillen. Omdat er vier jaar lang gemeenteraden en colleges zaten die alleen verdeeldheid predikten óf alleen opkwamen voor hen die het al goed hadden.

 

Partijgenoten,

 

Ik sluit af. De Partij van de Arbeid is ván iedereen en is er vóór iedereen. Wij laten niemand aan de kant staan, wij laten niemand los. Vanuit de rotsvaste en onverwoestbare overtuiging dat we daar samen sterker van worden.

 

We gaan de straten op voor óns Nederland, het land waarin iedereen meetelt. Omdat bij de Partij van de Arbeid niet je afkomst maar je toekomst telt…..

 

Ik dank u wel,