Plaats en toekomst van het Centrum voor Lokaal Bestuur

(niet amendeerbaar)

 

De lokale politiek behoort tot de kern van het erfgoed van de sociaal-democratische beweging in Nederland. Juist omdat de SDAP zo lang buiten het landsbestuur werd gehouden, vond de politieke creativiteit en daadkracht van de socialistische beweging in de jaren tussen de oorlogen een uitweg in de gemeentepolitiek, waar de socialistische wethouders een veel omvattend project ter hand namen. Om de sociale, culturele en ruimtelijke gevolgen van urbanisatie en industrialisatie het hoofd te bieden, ontwikkelde de socialistische beweging een programma dat niet alleen aandacht vroeg voor de verbetering van de positie van de arbeidersklasse, maar in bredere zin het publiek belang in stad en dorp centraal stelde. Volkshuisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en cultuur: het werden belangrijke terreinen voor gemeentelijke overheidsinterventies. De gemeente werd voor de sociaal-democratie een proeftuin voor het grotere project: de opbouw van een nationale verzorgingsstaat.

 

Na 1945 was er niet alleen sprake van een beweging van bestuurlijke centralisatie, ‘Den Haag’ werd voor de PvdA ook van groter belang door deelname aan de regeringsvorming. De sociaal-democratische politiek kwam meer in de schaduw te staan van de nationale politici, Willem Drees voorop. Maar niet zelden hadden zij een achtergrond als wethouder van een grote stad. Misschien minder zichtbaar bleef de gemeentepolitiek een van de belangrijkste pijlers voor de PvdA, met belangrijke en aansprekende wethouders en burgemeesters. Naast volkshuisvesting, onderwijs, cultuur en sociale politiek werd nu ook de economische ontwikkeling van de stad een belangrijk aandachtspunt. In zekere zin bleef daarmee voor sociaal-democratische gemeentepolitiek en politici een pioniersrol weggelegd, tot in de huidige tijd.

 

Het grote belang van lokale en regionale politiek voor de sociaal-democratie en het specifieke karakter van deze bestuurslagen vragen om een eigen verband van lokale en provinciale politici binnen de Partij van de Arbeid. Dit voorstel gaat over de plaats en vormgeving van een dergelijk verband, inclusief de relaties tot partij en wetenschappelijk instituut, en de functies die het zou moeten vervullen. De ontwikkelingen binnen de WBS, binnen het Centrum voor Lokaal Bestuur en tussen CLB en partij bieden de mogelijkheid om tot een nieuwe plaatsbepaling te komen.

 

Een korte geschiedenis

De positionering van het CLB tot op heden als onderdeel van de Wiardi Beckman Stichting is het resultaat van de organisatie van de WBS in het verleden. In de jaren vijftig en zestig bestonden binnen de WBS voor de belangrijkste beleidsterreinen zogenaamde secties, waarin politici van de PvdA en externe deskundigen de belangrijkste politieke vragen op het betreffende terrein met elkaar bespraken. Deze secties mobiliseerden kennis die in de PvdA op het betreffende terrein aanwezig was, dienden als adviesorgaan voor sociaal-democratische politici en werden ondersteund vanuit de WBS door een secretaris/stafmedewerker van het wetenschappelijk bureau. Voorbeeld: de sectie Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening - een sectie die tot ver in de jaren negentig nog een bloeiend bestaan leidde.

 

Een aparte plaats - want niet gekoppeld aan alleen maar een beleidsterrein of het departement van Binnenlandse Zaken - was de Sectie Gemeente, Gewest en Provincie (SGGP), die de politici op lokaal, regionaal en provinciaal verenigde - zij waren lid van de sectie en droegen daarvoor een bepaald bedrag per jaar af, later gekoppeld aan het politieke inkomen. De sectie mobiliseerde deskundigheid, adviseerde en ondersteunde raads- en statenleden, stelde modelprogramma’s op en gaf een eigen blad uit. De dienstverlening werd langzamerhand uitgebreid en ging ook cursussen en opleidingen omvatten. De medewerkers van de sectie behoorden tot de staf van de WBS. Het bestuur van de sectie vormde een klankbord - niet meer en niet minder.

 

Onder het directeurschap van Wouter Gortzak, in de jaren zeventig, werden de secties goeddeels afgeschaft en kwamen de rapporten van de individuele stafleden centraler te staan. De SGGP bleef echter bestaan en werd - later - omgedoopt in Centrum voor Lokaal Bestuur. Een kleine staf ondersteunde de lokale en provinciale politici; de stafleden bleven behoren tot de WBS en de binding met het wetenschappelijk werk van de WBS bleef aanvankelijk nog sterk. De opleidingen en cursussen voor het CLB werden - in ieder geval van ongeveer 1985 tot 1995 - verzorgd door de Stichting Vormingswerk PvdA, later omgedoopt tot Opleidingsinstituut Partij van de Arbeid. Het betrof hier een uitgebreid programma voor raadsfracties, beleidsgerichte cursussen, trainingen in politieke vaardigheden en politiek managementcursussen voor wethouders.

 

Met de opheffing van het Opleidingsinstituut en de integratie ervan in het partij-apparaat kwam een einde aan dit opleidingsprogramma. Het CLB beleefde in de jaren negentig korte tijd een proef-integratie in het partijbureau, op basis van delegatie vanuit de WBS - maar deze proef leidde vrij snel tot de conclusie dat een dergelijke integratie niet wenselijk was en niet goed functioneerde. Binnen de WBS verzelfstandigde het CLB zich vervolgens aanzienlijk; de nadruk kwam meer te liggen op het Centrum als netwerkorganisatie dan als wetenschappelijk adviesorgaan voor lokale en provinciale politici.

 

De situatie voor het congres

De medewerkers van het CLB, 4 fte verdeeld over vijf medewerkers, maken deel uit van de personeelsbezetting van de WBS - de Stichting is formeel hun werkgever - maar materieel heeft het CLB zich vergaand verzelfstandigd als bestuurdersvereniging. De wijze van samenstelling van het bestuur van het CLB staat weliswaar vermeld in het Huishoudelijk Reglement van de PvdA, maar het bestuur draagt geen werkgeversverantwoordelijkheid en is niet een bestuur van een zelfstandige juridische entiteit; aan de klankbordfunctie van weleer is formeel niets toegevoegd.

 

Omdat er een groot gebrek aan opleidingsfaciliteiten is ontstaan, heeft het CLB zelf een opleidingsprogramma ontwikkeld en is in vergaande mate geëngageerd geraakt met het - overigens nog steeds beperkte - opleidingswerk en -programma van de PvdA. Daarnaast brengt het Centrum politici uit verschillende bestuurslagen bij elkaar, verzorgt de horizontale communicatie onder lokale en provinciale politici, adviseert en ondersteunt hen - onder meer door middel van eigen publicaties - staat hen in conflictueuze situaties terzijde, functioneert als intermediair tussen vraag en aanbod van lokale bestuurders en vervult een programmatische functie voor het lokaal bestuur.

 

Deze situatie is om een aantal redenen onbevredigend. De functies van het CLB zijn niet helder afgebakend, met name op het terrein van opleidingen; de positionering binnen de WBS legt de werkgeversverantwoordelijkheid bij de Stichting, terwijl materieel het Centrum als een zelfstandige eenheid opereert; positionering binnen de WBS past bovendien niet goed bij het bredere takenpakket dat bij een bestuurdersvereniging hoort, want legt te eenzijdig de nadruk op het wetenschappelijk karakter van het CLB; de positie van het bestuur van het CLB is niet duidelijk omschreven en er is geen plek waar oud bestuurders en volksvertegenwoordigers van de PvdA elkaar kunnen vinden.

 

De situatie na het congres

Voorgaande geeft aanleiding tot een helderder positiebepaling van het CLB in de toekomst. Daarbij zijn naast staf en bestuur van het CLB ook de PvdA, i.c. het partijbestuur, en de Wiardi Beckman Stichting, i.c. het curatorium van de Stichting, betrokken partijen.

 

Uitgangspunt voor deze positionering is het bijzondere belang en de bijzondere positie van lokale, regionale en provinciale politici en politiek voor de sociaal-democratische beweging in Nederland. Deze vragen om een eigen, zelfstandige bestuurdersvereniging - zoals het enigszins misleidend heet - met een eigen programma, organisatie en positie binnen de PvdA en het partijbureau, waarvan de financiële basis wordt gevormd door de bijdragen van lokale, regionale, provinciale en waterschapspolitici.

 

De belangrijkste taken en functies van de bestuurdersvereniging worden als volgt geformuleerd:

           mobilisering van deskundigheid ten behoeve van lokale en regionale politici

           bieden van inhoudelijke voeding, ervaringsuitwisseling en discussieplatform voor lokale en regionale politici

           advisering en ondersteuning van lokale en regionale politici

           het opzetten en onderhouden van netwerken van lokale en regionale politici en oud politici: netwerken van functionele aard, naar regio en naar thema; netwerken bovendien van horizontale aard en netwerken die verticaal verschillende bestuurslagen integreren

           interne communicatie en ideeënuitwisseling door middel van uitgave van een blad

           het doen verzorgen van scholings- en opleidingsprogramma’s

           ondersteuning bij verkiezingen, onder meer door opstelling van modelprogramma’s

           het bieden van een platform voor lokaal- en regionaal-politieke gezichtspunten binnen de PvdA

           verankering van lokale en provinciale politiek in de PvdA.

 

Het bestuur van het CLB gaat daadwerkelijk een functie vervullen als bestuur in de echte betekenis van een verenigingsbestuur, inclusief de werkgeversverantwoordelijkheid. De bestuurdersvereniging krijgt een kleine, professionele bestaffing, met een directeur, een secretariaatsmedewerker, een hoofdredacteur voor het eigen orgaan en een stafmedewerker

 

Om een gezaghebbende positie als bestuurdersvereniging te verwerven zal het Centrum op het niveau van netwerkvorming, het bieden van een platform van ervaringsuitwisseling en op het gebied van inhoudelijke voeding werk van uitstekende kwaliteit moeten afleveren.

 

In deze optiek ziet het CLB-nieuwe-vorm af van een centrale positie ten opzichte van de opleidingen binnen de PvdA. Absoluut noodzakelijke voorwaarde voor een dergelijke positionering is dan wel dat binnen het partijbureau van de PvdA een sterk en professioneel opleidingsinstituut wordt gevormd dat een helder omschreven en bewaakte taakopdracht krijgt om politiek-inhoudelijke scholing en opleiding en politieke vaardigheidstrainingen te verzorgen voor alle geledingen binnen de PvdA, inclusief de lokale en provinciale politici.

 

Het grote voordeel van een dergelijke eenheid voor alle opleidingen in de PvdA is dat een aanzienlijk grotere mate van professionaliteit kan worden bereikt. Bovendien kan een samenhangend perspectief - ook inhoudelijk - voor alle scholing en opleiding binnen de PvdA worden ontwikkeld. Een goed verzorgde kadercursus binnen de PvdA zou zo ook binnen handbereik komen. Deze aanpak past tenslotte uitstekend bij de door de Commissie Vreeman geformuleerde aanbevelingen.

 

Vanzelfsprekend is een nauwe samenwerking tussen Centrum en opleidingseenheid noodzakelijk - zoals deze beide ook gevoed horen te worden door het werk van het wetenschappelijk instituut.

 

Het CLB en de WBS worden organisatorisch ontvlochten - daarmee houdt de WBS dan ook op werkgever van de CLB-medewerkers te zijn. Wel blijft een open lijn tussen beide instellingen bestaan waar het om de politiek-inhoudelijke kwesties van lokale politiek gaat. Voeding van het lokaal bestuur vanuit maatschappelijke en wetenschappelijke hoek blijft essentieel. Nader moet worden besloten welke mogelijkheden voor samenwerking worden gecreëerd op het niveau van de staf en op het niveau van het bestuur.

 

Het CLB - en in meer algemene zin: de lokale en provinciale politiek - hoort hecht verankerd te zijn in de PvdA - niet alleen als bestuurlijke habitus, maar ook als element van actieve lokale democratie. Daarom zullen op staf,- directie- en bestuurlijk niveau hechte relaties moeten worden onderhouden met de organisatie van de PvdA. Dat geldt voor het partijbureau evenzeer als voor het partijbestuur. De regeling dat in het CLB bestuur maximaal 2 leden zitting hebben aan te wijzen door het partijbestuur van de PvdA blijft van kracht. Nieuw is dat de voorzitter van het bestuur van het CLB adviserend lid wordt van het landelijk bestuur van de Partij van de Arbeid. Voor de continuïteit en zelfstandigheid van het CLB zijn voorts met het partijbestuur van de PvdA heldere afspraken gemaakt over systematiek en hoogte van de financiële bijdragen van politieke vertegenwoordigers aan CLB en partij, inclusief de inningsystematiek.

 

Het curatorium van de WBS en het bestuur van het CLB hebben ingestemd met bovengenoemde rol en positionering van het CLB. In de wandelgangen van het congres op 12 december 2009 zal het bestuur van het CLB een oprichtingsbijeenkomst organiseren bestemd voor de leden van het CLB. Op deze oprichtingsvergadering zal de werkwijze van het CLB worden besproken evenals de nieuwe statuten en reglementen van het CLB.

 

Congresbesluit:

Het congres van de PvdA, bijeen op 12 december 2009, besluit om het CLB te erkennen als de zelfstandige bestuurdersvereniging van de Partij van de Arbeid en daarmee als officiële neveninstelling van de PvdA. Het congres verzoekt het partijbestuur zorg te dragen voor een goede start en inbedding van het CLB als neveninstelling van de PvdA en daarvoor alle benodigde handelingen te verrichten (inclusief eventuele wijzigingen van de statuten en het huishoudelijk reglement van de partij)

 

NB: de Adviesraad Verenigingszaken adviseert positief over dit congresvoorstel