Speech Partijvoorzitter Lilianne Ploumen

Spoedeisend Congres Partij van de Arbeid 30 maart 2009 Utrecht

 

Gesproken woord geldt!

 

 

Partijgenoten,

 

Hartelijk welkom op ons Spoedeisend Congres.

 

Nog maar twee weken geleden gaf u Wouter Bos en Mariëtte Hamer een ruim mandaat en een aantal stevige opdrachten mee.

 

U stelde daarmee vertrouwen in de inzet van de Partij van de Arbeid en haar onderhandelaars.

Vertrouwen dat het Partijbestuur graag wil beantwoorden.

Vandaar dat wij vandaag wederom in vergadering bijeen zijn.

 

Wouter Bos en Mariëtte Hamer zullen hier zo dadelijk verantwoording aan u afleggen over het bereikte onderhandelingsresultaat.

U wordt in de gelegenheid gesteld om hen kritisch aan de tand te voelen.

Vervolgens zult u zich vanavond een mening moeten vormen over een omvangrijk akkoord met plussen en minnen.

Een akkoord dat volgens mijn Partijbestuur op het geheel beoordeeld uw instemming verdient.

Voordat wij hier aan het eind van de avond over zullen besluiten wil ik uit de doeken doen hoe het Partijbestuur tot deze conclusie is gekomen.

 

Ik wil u, kort, vertellen over hoe wij als Partijbestuur aankijken tegen de bijzondere situatie waarin wij verkeren en over de opdracht die dat - volgens ons - voor sociaaldemocraten met zich meebrengt.

 

Ook wil ik u uit de doeken doen waarom wij het bereikte onderhandelingsresultaat in dat licht positief waarderen.

 

Allereerst over de situatie waarin wij ons verkeren en de opdracht die dat voor ons sociaaldemocraten impliceerde.

 

 

 

 

Partijgenoten,

 

De Partij van de Arbeid weet dat regeren de moeite waard is.

Wij weten dat idealen het best verwezenlijkt kunnen worden vanaf de houten bankjes van de regering en niet vanuit het zachte pluche van de oppositie.

 

Wij weten ook dat het belang van regeringsverantwoordelijkheid zich pas echt bewijst als het niet mee, maar tegenzit.

 

De opgave van de mondiale economische crisis stelt ons voor grote uitdagingen. Uitdagingen die Nederland niet alleen kan oplossen.

 

Samenwerking is nodig. In Europa, maar ook breder verband.

 

En we vanzelfsprekend moeten ons in Nederland ook richten op wat we hier kunnen doen. En dat is alles op alles zetten om de gevolgen van de crisis voor ons land zoveel mogelijk te beperken.

 

Partijgenoten,

 

Ik ben er trots op dat wij die verantwoordelijkheid durven dragen.

Want in het Kabinet zijn we in de gelegenheid om spaargelden te beschermen als banken dreigen om te vallen.

In het kabinet zijn we in de gelegenheid om banen te behouden als honderdduizenden ontslagen dreigen.

In het kabinet zijn we in de gelegenheid om de zo noodzakelijke solidariteit en lotsverbondenheid tussen mensen in stand te houden als groeiende onzekerheid en onbehagen hier een aanslag op doet.

 

En dat doen we voor hele gewone mensen, met hele echte problemen.

 

Mensen die jarenlang elke maand geld hebben weggezet voor een aanvullend pensioen. Weggezet op advies van een beleggingsadviseur. En nu de rook van het ingestorte kaartenhuis van het casinokapitalisme is opgetrokken blijkt er vaak slechts een derde van de inleg over te zijn.

 

Mensen zoals de bewoners van het Rotterdamse Nieuw Crooswijk. Daar verlieten mensen huis en haard om over enkele jaren terug te kunnen keren in een opgeknapte nieuwe buurt. De oude woning werd gesloopt maar er lag een mooie nieuwe woning in het verschiet.

 

Tot de kredietcrisis.

 

Want nu weet de betrokken projectontwikkelaar niet meer waar het geld vandaan moet komen. Met als gevolg dat de bouw vertraging oploopt en mensen in onzekerheid zitten over hun toekomstige woning.

 

Partijgenoten,

 

Voor díe mensen zaten Wouter Bos en Mariëtte Hamer nachtenlang aan de onderhandelingstafel. En daar zijn wij ze heel dankbaar voor!

 

Want de verantwoordelijkheid om Nederland zo goed mogelijk door deze periode heen te loodsen vroeg om nieuwe afspraken. Afspraken waarbij voor ons voorop stond dat de rekening van de crisis – die veroorzaakt is door het wangedrag van financiële instellingen - niet betaald mag worden door de meest kwetsbaren in onze samenleving.

 

Afspraken die voor ons allereerst sterk dienden te zijn. Economie en werkgelegenheid moeten baat hebben bij de maatregelen die het Kabinet wil te nemen.

 

Afspraken die daarnaast sociaal dienden te zijn, de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen.

 

Afspraken die ook duurzaam dienden te zijn, ons land moet beter, groener uit de crisis komen.

 

Afspraken die tenslotte solide dienden te zijn - de overheidsfinanciën moeten zo spoedig mogelijk weer op orde zijn - en moreel, de oorzaken van de crisis in de financiële sector moeten worden bestreden zodat herhaling voorkomen wordt.

 

Dat was onze opdracht.

 

Partijgenoten,

 

Dat brengt mij op het bereikte onderhandelingsresultaat.

 

Ik zeg het Hillary Clinton na. ‘Never waste a good crisis’.

Een opdracht die Wouter en Mariëtte met glans hebben doorstaan.

 

Want voor de Partij van de Arbeid zijn er belangrijke winstpunten in het bereikte onderhandelingsresultaat.

 

Die zijn er voor de korte termijn en voor de lange termijn.

 

Over beiden zullen we dadelijk uitgebreid discussiëren dus daar ga ik nu niet te diep op in. Maar het feit dat we op korte termijn 7 miljard investeren in plaats van 35 miljard bezuinigen - in werkgelegenheid, in duurzaamheid, in onderwijs en in sociale voorzieningen - is met recht een prestatie te noemen.

 

Zeker omdat we de rekening niet onbeperkt doorschuiven naar de volgende generaties. Dat past bij het verantwoorde financieel en economisch beleid waar de Partij van de Arbeid vanuit haar traditie op kan bogen. Sterk én sociaal.

 

Partijgenoten,

 

Dat betekent niet dat er geen pijnpunten in het akkoord zitten…... Die zijn er wel degelijk. Want om op lange termijn onze zorg, pensioenen, onderwijs en sociale zekerheid toegankelijk, kwalitatief hoogwaardig en betaalbaar te kunnen houden, moeten houdbaarheidsmaatregelen genomen worden.

 

De coalitie heeft hier pijnlijke maar noodzakelijke keuzes niet geschuwd. Want hoewel het natuurlijk een groot geluk is dat we allemaal steeds ouder worden, mogen we onze ogen niet sluiten voor de kosten die dat met zich meebrengt. Stijgende kosten die niet doorgeschoven mogen worden naar de volgende generaties.

 

Mensen die daartoe in staat zijn worden gevraagd om langer door te werken. De AOW- leeftijd zal - rekening houdend met zware beroepen - op termijn geleidelijk worden opgetrokken naar 67 jaar. De SER komt in oktober met een advies over de lange termijnhoudbaarheid – zij neemt zich voor om met alternatieven te komen. De Partij van de Arbeid vindt het van belang dat de voorgestelde maatregelen op draagvlak kunnen rekenen.

 

Ook wil de coalitie zorgen dat de zorgtoeslag weer terechtkomt bij de mensen die hem nodig hebben, en wordt er gekeken of er besparingen op de kortdurende zorg mogelijk zijn. De langdurige zorg voor onze ouderen, gehandicapten en chronisch zieken wordt hierbij terecht ontzien.

 

 

 

Partijgenoten,

 

Voor de Partij van de Arbeid, en met ons voor vele mensen in ons land, zijn maatregelen zoals het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd en de ingrepen in de zorg om deze toekomstbestendig te maken pijnlijke maatregelen.

 

Maar wie het brood op zijn geheel beoordeeld in plaats van op de kruimels ziet een omvangrijk stimuleringspakket dat voor veel mensen het verschil kan betekenen tussen werk of bijstand, tussen meedoen of aan de kant staan.

 

Sommigen vonden het jammer dat er geen heilige huisjes omver werden geschopt.

Maar wat men wel erg makkelijk vergeet is dat heilige huisjes niet voor niets heilige huisjes zijn. Het zijn niet zomaar regelingen, het zijn symbolen die in de ziel van de achterban gekerfd staan. En daarom bezuinigt een Kabinet met de PvdA níet op de WW en wordt in dit akkoord níet gekort op de langdurige zorg voor ouderen, gehandicapten en chronisch zieken.

 

Partijgenoten,

 

Het akkoord is echter meer dan een agenda voor de crisis alleen, het is ook een morele agenda. Een agenda voor de lange termijn. Een agenda voor een nieuw tijdperk.

 

In 1776 schreef Adam Smith zijn beroemde boek ‘The Wealth of Nations’. De bijbel van de vrije markt. Gebaseerd op de veronderstelling dat het nastreven van individueel eigenbelang uiteindelijk leidt tot het grootste maatschappelijke belang.

 

Frits Bolkestein schreef dat vorige week nog eens op door Adam Smith te herhalen: ‘Het is niet van de welwillendheid van de slager, de bierbrouwer en de bakker dat wij onze maaltijd verwachten, maar van hun zicht op hun eigenbelang.’

 

Dat is natuurlijk gewoon waar. Maar hij vergeet dat het hier draait om een wederzíjds belang van de bakker en van de broodeter.

 

En dát is het grote verschil met deze crisis – het wederzijdse, het gezamenlijke belang van aandeelhouders, bankiers, medewerkers,  klanten én de samenleving werd volstrekt uit het oog verloren.

 

Want als bankiers het korte termijn winstbejag van aandeelhouders laten prevaleren boven de lange termijn belangen van gezonde bedrijfsvoering en werknemersbelangen, over wiens belang spreken wij dan eigenlijk?

 

Over het belang van de klant die zijn zuurverdiende spaargeld veilig op de bank wil zetten?

Over het belang van de werknemer, die baat heeft bij een bedrijfsvoering gericht op een langere periode dan tot de opening van de beurs in New York de volgende dag?

Of over het belang van bankiers die zich jarenlang met aandelenpakketten en bonussen lieten overladen?

 

Het is in ieder geval niet in het belang van de belastingbetalers.

 

Maar vandaag de dag, partijgenoten, zijn de rollen omgedraaid.

Want het zijn de banken die hun hand ophouden bij de belastingbetalers nu het kaartenhuis van het casinokapitalisme ineenstort.

En is het dan niet in het belang van de belastingbetaler om daar iets voor terug te mogen vragen?

 

Namelijk dat banken die weer leningen verstrekken en verantwoorde en eerlijke producten uitbrengen? En dat die banken zich weer verantwoordelijk gedragen?

 

Dat terugvragen lijkt me meer dan vanzelfsprekend.

 

Partijgenoten,

 

De tijd van ongebreideld winstbejag, korte termijn denken en bizarre bonussen mag nooit meer terugkomen.

 

The invisible hand van Adam Smith. De onzichtbare hand van de markt -de hand van het ongecontroleerde en eenzijdige eigenbelang- heeft hele zichtbare gevolgen.

 

Daarbij past een minstens zo zichtbare overheid. Een overheid die de onzichtbare hand een ferme tik op de onzichtbare vingers kan geven.

 

Het is, kortom, tijd om een nieuw hoofdstuk in ‘the wealth of nations’ te schrijven.

 

Een hoofdstuk waarin het geluk en de welvaart van de natie niet af te meten is aan hoe vrij de markt is en hoe groot onze groeipercentages.

 

Een hoofdstuk waarin het geluk en de welvaart van de natie niet af te meten is aan de hoogte van onze staatsschuld en ons begrotingstekort. 

 

Een hoofdstuk waarin toezichthouders niet op basis van statuur worden gekozen of vanwege de mate waarin ze zich niet bemoeien met een bedrijf maar omdat ze de belangen van bedrijf, werknemers, schatkist en belastingbetalers dienen met goed toezicht.

 

Een hoofdstuk waar een vrije markt een verantwoordelijke markt is.

 

Een hoofdstuk waar de werkelijke wealth of nations is af te meten aan af te meten aan de geredde en gecreëerde banen voor duizenden mannen en vrouwen.

 

Partijgenoten,

 

Het akkoord staat dus óók voor een morele agenda. Een agenda van internationaal toezicht op de onzichtbare hand van de markt.

Een agenda waarin we een nieuwe visie op aandeelhouderschap ontwerpen.

Een agenda waar we een einde maken aan onwenselijke bonussen en beloningen van instellingen die steun ontvangen van onze schatkist – en dat geldt overigens ook voor andere banken.

Daarom sloot Wouter Bos vanmiddag een herenakkoord met diezelfde banken – hij zal daar zo zelf meer over zeggen.

 

We mogen trots zijn op het behaalde resultaat, op dit akkoord.

Op een sterk en sociaal onderhandelingsresultaat waarmee we naast het dempen van de effecten van de crisis, en het veilig stellen van de houdbaarheid van voorzieningen voor de toekomst, ook een morele agenda voor de toekomst hebben opgesteld.

 

Want als gouden jaren voor bankiers en aandeelhouders resulteren in magere jaren voor werknemers en belastingbetalers, kijken sociaaldemocraten elkaar aan, en nemen zij zich in de traditie van Joop den Uyl één ding voor: die tijd komt nooit meer terug!

 

Dank u wel,